Goede uitspraak van de rechtbank Overijssel na een absurd verzoek van Animal Rights ingediend door advocatenkantoor Utopia.
Tijdens een drijfjacht op hazen schiet een van de geweren met een mooi schot een haas, die 'over de bol' ging. Iedereen dacht dat deze haas gedood was. Maar tot verbazing van de drijver die het dier bij de achterpoten oppakte, bleek dat niet het geval te zijn. Omdat de haas heftig spartelde had de drijver een aantal slagen nodig om de aangeschoten haas uit z'n lijden te verlossen. Iedereen die jaagt en drijft weet dat dit kan gebeuren en de weidelijkheid gebiedt om het dier dan snel te doden.
Niets aan de hand zou je denken, maar een vrouw uit de buurt die een hekel aan jacht heeft, maakte bij toeval van het voorval met haar telefoon een filmpje. Het filmpje ging viraal en kwam zelfs op TV. De creatieve geesten van Utopia advocaten uit Den Haag kregen opdracht van Animal Rights om in actie te komen. Ze bedachten dat het doden van een haas 'jagen' impliceerde en omdat je alleen mag jagen met de in de wet opgesomde middelen en in die opsomming geen drijversstok staat, kwamen ze tot de conclusie dat deze haas was gedood met een ongeoorloofd middel.
Ook bedachten ze dat je natuurlijk aangifte van deze 'overtreding' kunt doen en dat die aangifte tot een strafrechtelijk onderzoek zou leiden en naar hun verwachting ook tot vervolging door de officier van Justitie. Maar naast het strafrecht zou je ook via het bestuursrecht om een sanctie kunnen vragen dus werd aan Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel gevraagd om ter voorkoming van herhaling van dit in hun ogen zo kwalijke gedrag een hoge boete op te leggen.
N.a.v. de aangifte werd de drijver als verdachte verhoord. De officier van Justitie seponeerde de zaak omdat uit het dossier geen strafbare gedraging bleek. Een drijver had een aangeschoten haas uit z'n lijden verlost.
Echter in de bestuurszaak werd na het besluit van Gedeputeerde Staten dat er geen overtreding was begaan en dus geen hoge boete zou worden opgelegd door Animal Rights beroep aangetekend bij de bestuursrechter en die gaf in de uitspraak aan dat er geen sprake meer was van 'jagen' als een haas was aangeschoten en uit het lijden moest worden verlost. Dus was er ook geen sprake van een beperking tot gebruik van de toegelaten jachtmiddelen. Wel werd overwogen dat de drijver de afweging moet maken om de haas zo diervriendelijk en snel mogelijk te doden. Dat is een wettelijke verplichting. Dat hiervoor meedere slagen nodig waren wil echter niet zeggen dat de drijver in strijd met die verplichting zou hebben gehandeld. Het beroep van Animal Rights is ongegrond verklaard.