Een ambtsedig proces-verbaal is voor de rechter een sterk bewijsmiddel. Maar ook sterke bewijsmiddelen kunnen onder omstandigheden ook wel eens worden gepasseerd.
Dit was het geval tijdens een zitting van de economische politierechter in Leeuwarden op 21 oktober 2024.
Een jager was het al dan niet opzettelijk doden van een holenduif ten laste gelegd. In afwijking van wat er in het proces-verbaal stond, had de BOA op geen enkel moment aan de jager gevraagd of hij de holenduif had geschoten, maar dat schreef hij wel op in zijn proces-verbaal.
Tijdens de zitting bleek dat de vraag wie de vogel had geschoten helemaal niet was gesteld. En dat was natuurlijk wel van belang want deze jager was niet alleen in het veld, maar met een gastjager. Die had de duiven geschoten en de jonge hond van de 'verdachte' mocht de duiven apporteren en dat verklaarde dat de duiven bij hem lagen. De andere jager werd niets gevraagd, werd niet gecontroleerd en heeft ook niets kunnen verklaren.
De verdachte jager werd op de zitting oprecht boos over de gang van zaken en dat bracht de officier van Justitie ertoe om ook vrijspraak te vragen.
Toen ook nog bleek dat het proces-verbaal pas veel later was opgesteld aan de hand van summiere aantekeningen in een opschrijfboekje en ook niet was voorzien van een datum liet de rechter zich ook overtuigen door de beschrijving van de jager.
Zo zie je maar: een proces-verbaal is niet altijd een bewijsmiddel dat door de rechter wordt gevolgd! Gerechtigheid!